bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met machtig mooie partijen, interviews en verhalen van GM's en IM's 'all over the world'! Aflevering 5 (internationaal)

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 29-3-2015


Men noemde het toentertijd het eerste Nederlandse kampioenschap 'nieuwe stijl' voor clubteams. Het is 1996. Bovendien waren er toen nog meerdere gesponsorde teams. In het Hemelvaartweekend speelden Van Berkel/BSG, Volmac Rotterdam, Panfox (spreek uit: Penfox) Breda en het door Joop van Oosterom gesponsorde HSG uit Hilversum. Panfox, die het ook organiseerde in Hotel Breda, won de finale maar nipt, 5½-4½ van Rotterdam. Een aantal partijen hierna uit het toernooi die ik bijzonder vond.

Jonathan Simon (Jon) Speelman (2 oktober 1956) is een Brits FIDE grootmeester. Hij heeft een aantal schaakboeken geschreven. Van 1980 tot 1990 speelde hij mee in de Schaakolympiade en in 1989 verloor hij van Jan Timman in het kandidatentoernooi.
Hij is drie keer kampioen van Groot-Brittannië geweest, in 1978, 1985 en in 1986. In 1997 eindigde Speelman op de derde plaats in het "Philidor 1847 Jubileumtoernooi". In het "Staunton Memorial" in 2003 werd hij eerste. Speelman heeft ook vier keer meegespeeld in "Hastings" In 1986 eindigde hij als eerste samen met Murray Chandler, Bent Larsen en Lputyan. Hij eindigde ook een keer op de tweede plaats achter Nigel Short.
In 1988 schreef hij "Analysing the Endgame". In augustus 2004 eindigde Speelman als tweede bij het Staunton memorial te Londen. Van 19 t/m 30 augustus 2005 speelde Jon Speelman mee in het Howard Staunton herdenkingstoernooi dat in Londen verspeeld werd. Hij eindigde met 6 punten op de tweede plaats (na de tie-break).

Speelman

Jonathan Simon (Jon) Speelman, een wel zeer creatieve Britse grootmeester

Wit: Mikhail Gurevic 
Zwart: Jon Speelman 
NK Teams, 1996

Subotica

Subotica

Een fraaie winst hieronder van de Brit tegen de Colombiaan Zapata in het toernooi van Subotica 1987 met een Konings-Indische verdediging. Zapata krijgt zeker ook kansen, maar ziet of benut ze niet. Subotica is trouwens gelegen in het uiterste noorden van Servië. De bevolking van de gemeente Subotica - ruim 100.000 inwoners - is etnisch zeer gemengd. De grootste groep (50%) wordt gevormd door de Hongaren, gevolgd door de Serviërs en de Kroaten.

Wit: Jon Speelman 
Zwart: Alfons Zapata 
Subotica, 1987

Een mooi potje uit het Hoogovenschaaktoernooi uit 1980. De Serviër Aleksandar Kovacevic in gevecht met de gedeeld winnaar, de Amerikaan Walter Browne. Yasser Seirawan, landgenoot van Browne met Syrische afkomst, eindigde ook met 10 punten uit 13 partijen.

Wit: Alexandar Kovacevic 
Zwart: Walter Browne 
Wijk aan Zee, 1980

Walter Browne

Walter Browne, met zwart... tegen Frank Sinatra!!

Miguel Ángel Quinteros, geboren op 28 december 1947 in Buenos Aires, werd al op zijn 18e jaar algemeen kampioen van Argentinië. In 1970 werd hij Internationaal meester en in 1973 grootmeester. Toernooien won hij vooral in Zuid-Amerika en Azië. In Europa werd hij ook veel uitgenodigd, onder andere in een aantal Hoogovenstoernooien en het IBM toernooi van 1977. Hij deed het daar niet zo goed, maar speelde wel een paar opmerkelijke partijen. Uit IBM '77 twee partijen, tegen de Tjechische Amerikaan Lubomir Kavalek en de Hongaar Andres Adorjan. Waar Quinteros voornamelijk in opviel was zijn kledij. In onberispelijk zittende driedelige pakken verscheen hij achter het schaakbord.

Wit: Miguel Quinteros 
Zwart: Lubomir Kavalek 
IBM Schaaktoernooi, 1977

Miguel Quinteros

Miguel Ángel Quinteros, de altijd onberispelijk geklede Argentijnse grootmeester

Wit: Andres Adorjan 
Zwart: Miguel Quinteros 
IBM Schaaktoernooi, 1977

Eugenio Torre (Iloilo City, 4 november 1951) komt uit de Filipijnen.
In 1974 werd hij grootmeester. Hij speelt herhaaldelijk in de Schaakolympiade mee. Ook heeft hij een keer met een Kandidatentoernooi meegespeeld maar moest toen in de Hongaarse GM Zoltán Ribli zijn meerdere erkennen. In 2003 won hij het toernooi "Open van Leuven" in België. In 2000 werd Torre gekozen als een van de beste Filipijnse sporters van het millennium.

Eugenio Torre

Eugenio Torre, nog steeds een groot sporter in zijn land.

In een toernooi in Manilla (1976) versloeg Torre de op dat moment regerend wereldkampioen schaken Anatoli Karpov met een Siciliaanse opening.

Wit: Anatoli Karpov 
Zwart: Eugenio Torre 
Manilla, 1976

In een toernooi in Vrsac 1977, toen Joegoslavië, nu Servië, versloeg Torre in een scherpe Siciliaanse partij de Serviër Ivanovic.

Vrsac

De Kathedraal van Vrsac.

Wit: Eugenio Torre 
Zwart: Ivan Ivanovic 
Vrsac, 1977

Troapel

Ter Apel (Gronings: Troapel) is het grootste dorp in de gemeente Vlagtwedde, in het uiterste zuidoosten van de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt in het zuiden van Westerwolde en telt 8.671 inwoners (2009). Het dorp ligt bij de Ruiten Aa, waarvan het dal samen met de Ter Apelerbossen hoort bij de Ecologische Hoofdstructuur.

Kanaal van Stads naar Ter Apel

Het Stads-Ter Apel kanaal, van Ter Apel naar Stad Groningen.

Ter Apel heeft een industrieterrein, nabij de Nulweg en Viaductstraat. Tevens is hier het enige voortgezet onderwijs in de gemeente Vlagtwedde, de Regionale Scholengemeenschap. In Ter Apel wordt één van de grootste carnavalsfeesten van Noord-Nederland gevierd. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat er een grote katholieke minderheid is. De carnavalsnaam van Ter Apel is Kloosterwieke. In Ter Apel ligt een klein, voor een gedeelte overdekt, attractiepark, "Wonderwereld" genaamd.

Klooster
Het dorp is ontstaan bij een klooster, dat vanaf de 13e eeuw een voorwerk van de premonstratenzers is geweest en vanaf 1465 een klooster van de orde van het Heilige Kruis. Dit duurde tot 1594 waar het klooster in het kader van de reformatie werd gesloten. In 1619 verwierf de stad Groningen Westerwolde en daar hoorde ook het klooster en de bijbehorende gronden bij. In de loop van de tijd plantte de stad steeds meer bossen aan op deze gronden. In 1931-1933 werden de overgebleven delen van het klooster gerestaureerd. In 1976 kwam het in eigendom van Staatsbosbeheer, die ook de bijbehorende bossen in eigendom heeft gekregen. De landbouwgronden zijn na 1976 ook verkocht.

Ansichtkaart Ter Apel

Een typische ansichtkaart uit Ter Apel. Het klooster is wel het belangrijkst.

Sinds de 19e eeuw is er ook veenkoloniale lintbebouwing, langs het Stads-Ter Apelkanaal richting Stadskanaal, de Weerdingermond richting Nieuw-Weerdinge, en richting Emmer-Compascuum. In 1920 kwam het het Ruiten-Aa-kanaal gereed dat anno 2004 weer bevaarbaar is voor de pleziervaart. In de eerste helft van de 20e eeuw was het een knooppunt van spoor- en tramwegen, met de EDS, de EGTM, de DSM, de OG, en de STAR. Van deze spoorlijn is anno 2005 nog de aardenbaan in de bossen bij Ter Apel herkenbaar.
In de jaren 1910-20 werd het tuindorp Agodorp als buitenwijk gebouwd in de bossen ten zuidoosten van Ter Apel. Dit dorp behoorde bij de drogerij en conservenfabriek voor Aardappelen, Groenten en Ooft, die in 1912 de n.v. AGO, Maatschappij voor het drogen, veredelen en verwerken van hout werd. In deze fabriek werden houten instrumenten voor de textielindustrie gemaakt. Ergens later moet er de aardappelmeelfabriek van AVEBE zijn gevestigd, die in 1981 sloot. Sinds 1999 staat het fabrieksgebouw leeg.
In de jaren 1930-40 werd de buitenwijk Burgemeester Beinsdorp gebouwd ten zuiden van Ter Apel. Beide dorpen waren gericht op de huisvesting van arbeiders.

Schaakclub Ter Apel
Er is ook een schaakclub, met 10 leden, die zo'n 20 jaar geleden een tiental edities van het Klooster schaaktoernooi organiseerden. Met internationale deelname. Ik geef u de eindstand van het toernooi in 1996 met 6 deelnemers die 5 ronden spelen: 1. Andersson (Zweden) 3½ punten; 2. Nikolic (Bosnië) 3; 3/4.Nijboer (Nederland) en Svidler (Rusland) 2½; 5. Leko (Hongarijë) en 6 Oll (Rusland) 1½.

Uit dit toernooi een partij van de Rus Peter Svidler en Lembit Oll uit Estland. De Est leed na een scheiding aan despressies. Hij sprong op 33-jarige leeftijd uit het raam van zijn woning op de 4e verdieping en kwam daarbij om. Ondanks zijn grote persoonlijke problemen bezette hij op dat moment toch nog de 42e plaats op de wereldranglijst. Hij ligt begraven in Tallinn, niet ver verwijderd van het graf van een andere grote naam uit de schaakhistorie, Paul Keres.

Wit: Peter Svidler 
Zwart: Lembit Oll 
Kloostertoernooi, 1996

Gerard Welling, geboren in Veldhoven, is een international meester die soms van die afwijkende openingen speelt. Je kan je tegenstander ermee verrassen, zoals hier in een Hongaars toernooi. Eén van de broers Horvath is het slachtoffer.

Gerard Welling

Gerard Welling, opent ook weleens met e4.

Wit: Gerard Welling 
Zwart: Csaba Horvath 
Lentefestival, 1996

Het eerste ACT-open toernooi (ACT = Amsterdam Chess Tournament) in 2004 wordt een prooi voor houwdegen Friso Nijboer. Ongedeeld met 7 punten uit 9. Maar meer Nederlanders doen het goed. Met 6½ eindigen Loek Van Wely, Jan Timman en Erwin L'Ami. De GM uit Woerden speelt een instructief en scherp potje tegen de Hongaar Péter Ács.

Peter Acs

Péter Ács, een beetje onbekende Hongaarse grootmeester.

Wit: Erwin L'Ami 
Zwart: Péter Ács 
ACT open, 2004

Anatoli Jevgenevitsj Karpov

Anatoli Jevgenevitsj Karpov. Geboren in Zlato-oest op 23 mei 1951) Hij is een Russische topgrootmeester en voormalig wereldkampioen.

Een jonge Karpov

Een nog heel jonge Anatoli.

In 1969 werd hij jeugdwereldkampioen. In 1971 won hij zijn eerste grote toernooi in de Sovjet-Unie, het Aljechin Memorial, en tevens zijn eerste internationale toernooi, in Hastings. In 1973 begon hij aan een opmars naar het wereldkampioenschap door samen met Viktor Kortsjnoj het Interzone-toernooi van Leningrad te winnen. In 1974 versloeg hij in de kandidatenmatches achtereenvolgens Lev Poloegajevski (5½-2½), Boris Spasski (7-4) en Kortsjnoj (12½-11½).
In 1975 had hij om het wereldkampioenschap tegen Bobby Fischer moeten spelen, maar deze weigerde zijn titel te verdedigen. Karpov werd daarna tot wereldkampioen uitgeroepen. Hij bleek geen papieren wereldkampioen, maar speelde veel toernooien en won ze bijna allemaal, zoals Portoroz/Ljubljana 1975, Skopje 1976, Amsterdam 1976, het kampioenschap van de Sovjet-Unie in 1976, Las Palmas 1977, Tilburg 1977 en Bugojno 1978. In 1978 verdedigde Karpov de wereldtitel in Baguio (Filipijnen) tegen Kortsjnoj. Deze was inmiddels de Sovjet-Unie ontvlucht en de match had dan ook een sterk politieke lading. Er werd gespeeld om zes winstpartijen, waarbij remises niet telden. Karpov bouwde een 5-2-voorsprong op, Kortsjnoj kwam terug tot 5-5, maar Karpov won uiteindelijk met 6-5 (of 16½-15½).

In 1979 won Karpov samen met Michail Tal het 'supertoernooi' van Montréal en in Nederland won hij toernooien in Waddinxveen en Tilburg. Ook in 1980 liet hij er geen twijfel over bestaan wie de beste was. Hij won in Bad Kissingen, Bugojno, Amsterdam (IBM-toernooi) en wederom Tilburg. In 1981 won hij Linares en Bugojno en speelde in Merano (Italë) opnieuw tegen Kortsjnoj om de wereldtitel. Karpov bleek deze keer veel sterker en won met 6-2 (11-7). De jaren daarna brachten weer een aantal toernooi-overwinningen, zoals Londen 1982, Turijn 1982 (beide gedeeld met Ulf Andersson), Tilburg 1982, het kampioenschap van de Sovjet-Unie 1983, Hannover 1983, Tilburg 1983, Londen 1984 en Oslo 1984.

Ook in 1984 begon zijn eerste match met Garri Kasparov om de wereldtitel. Deze in Moskou gespeelde match ging weer om zes winstpartijen. Na 9 partijen stond Karpov met 4-0 voor en leek een slachting ophanden. Er volgde echter een enorme reeks remises, slechts onderbroken door één winstpartij van Karpov en één van Kasparov. Kasparov won de 47e en 48e partij, hoe het zou zijn afgelopen is een open vraag, want FIDE-voorzitter Florencio Campomanes brak op dit punt de match af en bepaalde dat er een nieuwe moest worden gespeeld. Deze match vond in 1985 plaats, eveneens in Moskou. Karpov kwam eerst nog even naar Amsterdam om het OHRA toernooi te winnen, maar verloor de tweede match tegen Kasparov met 11-13. In 1986 won Karpov in Brussel en Bugojno, alvorens in Londen en Leningrad aan te treden voor een revanchematch tegen Kasparov. Deze derde match verloor Karpov met 11é-12é. In 1987 speelde Karpov in Linares, niet in het toernooi, maar tegen Andrei Sokolov in een 'superfinale' van het kandidatentoernooi. Karpov won makkelijk (7é-3é) en verwierf zo het recht om weer tegen Kasparov om het wereldkampioenschap te spelen. Deze in 1987 in Sevilla gespeelde match eindigde in 12-12, waarmee Kasparov wereldkampioen bleef.

Anatoli Karpov

1988. Een goed jaar voor Karpov. Winnaar Hoogovens.

Onmiddellijk na de match in Sevilla reisde Karpov naar Wijk aan Zee om Hoogovens 1988 te winnen. De rest van 1988 was ook niet slecht: winnaar in Brussel, 2e in Amsterdam (achter Kasparov), 2e in Belfort (achter Kasparov), gedeeld (met Kasparov) kampioen van de Sovjet-Unie en winnaar in Tilburg. In 1989 moest hij weer meedraaien in de kandidatenmatches en versloeg daarin Johann Hjartarson met 3½-1½ en Artur Joesoepov met 4½-3½. Hij won ook nog een toernooi in Skelleftea (samen met Kasparov). In 1990 versloeg Karpov Jan Timman in de finale van de kandidatenmatches met 6½-2½ en mocht daarna voor de vijfde keer tegen Kasparov aantreden voor een match om het wereldkampioenschap. Karpov verloor weer nipt met 11½-12½.

1991 bracht toernooi-overwinningen in Reggio Emilia en Reykjavik (samen met Vasily Ivantsjoek) en winst (4½-3½) op Viswanathan Anand in de volgende kandidatencyclus. Het jaar daarop verloor Karpov echter verrassend de halve finale van Nigel Short (4-6). Hij won wel toernooien in Madrid, Biel en Baden-Baden. In 1993 won hij Hoogovens, dat jaar gespeeld volgens een knock-out formule, en vervolgens ook in Dortmund en Dos Hermanas. In datzelfde jaar werd hij onverwacht weer wereldkampioen. Kasparov en Short besloten hun match buiten de FIDE om te spelen, waarop de FIDE een match tussen Karpov en Jan Timman organiseerde. Karpov won met 12½-8½.

Kasparov tegen Karpov

K & K. Vier keer tegenover elkaar in WK-matches.

Het toernooi van Linares was in 1994 uitzonderlijk sterk bezet, met Karpov, Kasparov, Aleksej Sjirov, Vladimir Kramnik, Gata Kamsky, Anand, Veselin Topalov en Boris Gelfand. Kasparov kondigde van tevoren aan dat de winnaar zich 'wereldkampioen toernooischaak' mocht noemen. Of hij achteraf zo blij was met deze uitspraak staat te bezien, want Karpov won het toernooi met 11 uit 13. Dat was de beste toernooiprestatie uit zijn loopbaan en wellicht uit de hele geschiedenis. Daarna begon Karpovs schaakkracht te tanen en werden toernooi-overwinningen zeldzaam.

Karpov bleef nog wel tot 1999 wereldkampioen. In 1995 was de regel dat de wereldkampioen mee moest doen vanaf de halve finale. Karpov versloeg daarin Gelfand met 6-3 en won vervolgens in 1996 de finale van Kamsky met 10½-7½. In 1998 moest hij in een korte match de titel verdedigen tegen Anand, de winnaar van het eerste knock-out toernooi om het wereldkampioenschap. De match eindigde 3-3 waarna Karpov een rapid play-off met 2-0 won. In 1999 trok hij zich terug uit het toernooi om het wereldkampioenschap omdat hij het niet eens was met de hem toebedeelde plaats in dat toernooi.
De laatste jaren heeft Karpov zich wat teruggetrokken uit het serieuze schaak en speelt voornamelijk nog rapid- en exhibitiepartijen.

Wit: Anatoli Karpov 
Zwart: Viktor Kortsjnoj 
WK, 1978

Karpov won het eerste Interpolistoernooi (1977) in Tilburg, o.a. dankzij een vernietigende 'Blitszieg' op de Engelsman Tony Miles. Karpov zou vervolgens nog vele Interpolistoernooien winnen. Ook Miles heeft het toernooi 2 keer gewonnen. De twee grootmeesters waren de succesvolste in die tijd.

Wit: Anatoli Karpov 
Zwart: Antony Miles 
Interpolis, 1977

Spassky

Spasski

Boris Vasiljevitsj Spasski, ook: Spassky, - Leningrad, 30 januari 1937 - was wereldkampioen van 1969 tot 1972. Hij woont in Frankrijk en komt voor dat land uit.

In de oorlogsjaren werd de familie geëvacueerd tijdens het beleg van Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Zijn ouders konden ook niet goed met elkaar overweg en gingen uiteen. Boris bleef bij zijn moeder; hij moest voor haar zorgen omdat ze invalide was. Na terugkeer in Leningrad werd Spasski gegrepen door het schaakspel. Hij bleek een groot talent en kreeg al op zijn elfde een toelage van de staat, waarmee hij kostwinner werd van het gezin.

Spasski gold lange tijd als 'de jongste'. Hij was de jongste eerste-categorie speler (10 jaar) de jongste kandidaat-meester (13 jaar) en de jongste meester (allemaal titels in de Sovjet-Unie). Hij was voor Bobby Fischer ook de jongste grootmeester, die titel verwierf hij in 1957.

Een jonge Spassky

Boris Spassky werd, voor Fischer, jongste grootmeester

In 1955 bereikte Spasski voor het eerst de finale van het kampioenschap van de Sovjet-Unie. In dat jaar werd hij ook jeugdwereldkampioen en plaatste zich in het Interzonetoernooi van Göteborg voor het kandidatentoernooi van 1956. Ook daar sloeg hij een uitstekend figuur en algemeen bestond het gevoel dat men met een toekomstig wereldkampioen te doen had. In de jaren daarna loste hij die belofte niet meteen in. Hij won een aantal grote toernooien, zoals het kampioenschap van de Sovjet-Unie in 1961, maar ging pas weer een rol spelen in de strijd om het wereldkampioenschap nadat hij in 1964 het kandidatentoernooi van Amsterdam (gedeeld) won.

Het jaar daarop versloeg hij in de kandidatenmatches achtereenvolgens Paul Keres (6-4), Jefim Geller (5½-2½) en Michail Tal (7-4). Zodoende mocht hij 1966 aantreden voor een match om het wereldkampioenschap tegen Tigran Petrosjan, maar verloor nipt (11½-12½).
In de volgende cyclus won Spasski wederom al zijn kandidatenmatches, ditmaal tegen Geller (5½-2½), Bent Larsen (5½-2½) en Viktor Kortsjnoj (6½-3½). Hiermee verwierf hij opnieuw het recht Petrosjan uit te dagen. In 1969 wist hij hem met 12½-10½ te verslaan en werd daarmee wereldkampioen. Zijn regering was maar kort. In 1972 moest hij in Reykjavik de titel afstaan aan Bobby Fischer, die Spasski in een match vol conflicten met 12½-8½ de baas bleef.

In 1973 werd Spasski voor de tweede keer kampioen van de Sovjet-Unie. In 1974 won hij in weer een nieuwe cyclus van Robert Byrne (4½-1½), maar verloor de halve finale van de rijzende ster Anatoli Karpov met 4-7. In 1976 kreeg hij toestemming met een Franse vrouw te trouwen en in Frankrijk te gaan wonen, maar bleef vooralsnog voor de Sovjet-Unie uitkomen. In 1977 kwam hij nog één keer dicht bij de wereldtitel. Hij versloeg Vlastimil Hort (8½-7½) en Lajos Portisch (8½-6½), maar verloor in de finale van de kandidatenmatches van Kortsjnoj (7½-10½).

In de jaren '80 namen Spasski's kracht en ambitie geleidelijk af. Hij brak in 1984 met de Sovjet-Unie en ging voor Frankrijk spelen. In 1992 speelde hij een onofficiĆ«le 'revanchematch' met Fischer. Spasski verloor met 12½-17½.

Sint Petersburg

Sint Petersburg, toen Spassky daar in 1937 geboren werd heette het Leningrad.

Wit: Boris Spasski 
Zwart: Bobby Fischer 
Olympiade, 1970

Boris Franzewitsj Gulko (Erfurt, 9 februari 1947) is een Russisch-Amerikaans schaker.
In 1975 werd hij meester en in 1976 FIDE grootmeester. Hij woonde geruime tijd in de Sovjet-Unie van welk land hij verscheidene malen kampioen is geweest. Gulko probeerde ettelijke keren naar de Verenigde Staten te emigreren maar kreeg pas in 1986 toestemming zijn land te verlaten. In 1994 en 1996 was hij kampioen van de USA en hij heeft meer dan vijf keer meegespeeld in de Schaakolympiade. In 1987 speelde hij mee in het OHRA-toernooi in Amsterdam en eindigde op een gedeelde tweede plaats met Jan Timman en Murray Chandler.

Boris Gulko

Boris Gulko

Gulko heeft in veel toernooien meegespeeld met goede resultaten. Zo heeft hij ook een paar maal in een kandidatentoernooi gespeeld maar hij heeft de top nooit bereikt. In 2003 was hij winnaar van het Curacao International Gateway Chess tournament. Zijn Russische vrouw Anna is eveneens een sterk schaakster. In 2003 deed hij ook mee met het 31e World open dat in Philadelphia gespeeld werd. Hij eindigde met 6.5 punt op de twaalfde plaats.
Op 10 juli 2005 vond de lange afstand wedstrijd tussen New York en Sint-Petersburg plaats die met 2-6 door de Russen gewonnen werd. Gulko speelde tegen Jevgeni Aleksejev.

Wit: Boris Gulko 
Zwart: Paul van der Sterren 
OHRA toernooi, 1988

*

Schaakkunst in Rotterdam

Schaakkunst in hartje Rotterdam. De Maas als schaakbord. In het midden de Erasmusbrug en het nieuwe 'blokken' gebouw De Rotterdam.