bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met schitterende partijen van Hollandse meesters. Aflevering 9

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 3-11-2014


Een 'mooi probleem' om mee te beginnen?!
Wit: Kf8, Th1, g6
Zwart: Kh8, Lg8, h7, g7

Wit geeft mat in twee zetten.
Oplossing: op 't eind van dit bordenmeisje.

Een groot talent

Door Johan Hut

Soms zijn er schakers van wie je denkt: die halen niet het beste uit zichzelf. Zouden ze maar meer gaan studeren, dan zouden het topschakers worden. Als zo iemand desondanks kampioen van Nederland wordt, is er iets heel bijzonders aan de hand. Zo'n schaker was Rudy Douven. Nee, dit is geen in memoriam, Douven is er nog steeds, maar hij is geen schaker meer. Hij zit ergens in Den Haag op een kantoor.

Rudy Douven werd geboren op 5 mei 1961. Al op zijn zestiende werd hij kampioen van Limburg (bij de senioren) en omstreeks zijn achttiende verjaardag jeugdkampioen van Nederland. Vervolgens werd hij (in 1979) de sensatie van het wereldjeugdkampioenschap in Noorwegen.
Douven won van Yasser Seirawan en Predrag Nikolic, die eerste en derde werden, en speelde remise tegen Alexander Tsjernin, die tweede werd. Enkele ronden lang ging Douven alleen aan de leiding, maar een zwakke eindsprint wierp hem terug naar de gedeelde derde plaats. Op basis van weerstandspunten greep hij naast de bronzen medaille. Henk Simon in het bondsblad: "Wanneer men bedenkt dat John van der Wiel, met professionele begeleiding en veel meer ervaring, vorig jaar zevende werd dan moet men zich afvragen hoe ver de mogelijkheden van Rudy Douven reiken." Een eerste duidelijke aanwijzing dat Douven verder had kunnen komen, als...

Allemaal flauwekul
Vanwege zijn studie verhuisde Douven van Sittard naar Eindhoven, waar hij deel uitmaakte van de gouden ploeg die in 1984 Volmac Rotterdam aftroefde met een verrassende landstitel. Zijn grootste succes kwam in 1988. Voor de grote favorieten John van der Wiel, Paul van der Sterren en misschien de jonge Jeroen Piket werd Rudy Douven kampioen van Nederland. Hij bleef als enige ongeslagen. Was hij goed voorbereid? Ach, wat noem je goed? Een paar weken voor het toernooi had hij zijn wiskundestudie afgerond en zijn enige voorbereiding bestond uit het doornemen van lesdiagrammen van Cor van Wijgerden.
Goede voornemens had hij van tevoren wel, zo zei hij voor het bondsblad tegen interviewer Jeroen van den Berg: "Ik was van tevoren bijzonder geprikkeld, want ik wilde gewoon goed presteren. Veel mensen keurden het namelijk af dat ik de beslissing had genomen om in ieder geval voor de periode van twee jaar beroepsschaker te worden.
Zij vonden dat ik moest gaan werken, maar dat zag ik zelf niet zo zitten. Voor mij was dit een prikkel om het tegendeel te bewijzen. Ik had het idee om dit jaar aan al die mensen te laten zien dat ik goed kan schaken en dat het niet nutteloos is wat ik doe." Dat hij niet systematisch studeerde, zelfs slordig was, bevestigde hij enkele malen in het interview. "Ik heb me steeds goed op mijn tegenstander ingesteld en gedacht: 'ach, allemaal flauwekul, ik trap hem er gewoon af'.
Mijn voorbereiding was dus meer mentaal dan openingstechnisch." En nadat de titel binnen was: "Ik heb ook maar eens een abonnement op die boeken van New in Chess genomen. Ik dacht, dat wordt toch maar eens tijd nu ik professional ben." Over zijn stijl: "In rekenen ben ik slecht. Mijn stijl is meer gebaseerd op één zet. Ik zie die zet, nou ja bevalt me wel, denk ik dan. Gevoelsmatig vind ik het wel kloppen, huppalakee, en dan doe ik hem."

Easy Win
Profschaker bleef hij niet lang, Douven werd doctor in de wiskunde en werkt nu bij het Centraal Planbureau, waar hij zich bezighoudt met de economie van de gezondheidszorg. Het team van Eindhoven ruilde hij in 1988 in voor HSG. In 2007 stelde ik na veel telwerk een topscorerslijst aller tijden in de hoogste klasse op. Douven stond op die lijst op een opvallende achtste plaats, met 40,5 uit 67 voor Eindhoven en 101 uit 164 voor HSG. Die competitiewedstrijden waren het enige wat hij nog aan schaken deed. Hij deed niet aan schaakstudie en volgde het wereldje ook niet, hij kende sommige wereldtoppers niet eens van naam. Zijn laatste twee jaren waren niet zijn beste en in 2007 besloot hij dat het wel mooi geweest was met dat schaken. Nou ja, op ICC was hij nog wel af en toe actief. Zijn codenaam: Easy Win.

Rudy Douven

Rudy Douven, codenaam: Easy Win

Een toepasselijke naam voor de schaker bij wie het ogenschijnlijk allemaal kwam aanwaaien. Was Douven een grotere schaker geworden als hij meer had gestudeerd? Misschien, maar dat is niet gezegd. Hij had meer kunnen spelen, dat wel, en dan dus ook meer kunnen winnen. Maar er zijn nou eenmaal schakers (denk ook aan Manuel Bosboom) die het niet moeten hebben van studie, maar van hun natuurtalent en eigenzinnige invallen. Schakers voor wie, zoals bij Rudy Douven, een kernwoord is: huppalakee.

De partij Douven-Brenninkmeijer uit het Nedelands kampioenschap van 1988. Het is een goede positionele en instructieve partij van hem tegen Joris Brenninkmeijer. De aantekeningen zijn van de winnaar.

Wit: Rudy Douven 
Zwart: Joris Brenninkmeijer 

Nog meer grote talenten

Haije Kramer (Leeuwarden, 24 november 1917 - 11 juli 2004) was een Nederlandse schaker die zijn liefde voor die sport gelijk verdeelde over het bordschaak en het correspondentieschaak. In 1940 speelde hij een tweekamp tegen Max Euwe die hij nipt verloor. In 1954 werd hij FIDE-meester en hij speelde ook een aantal keren mee in de Schaakolympiade. In 1990 werd hij de ICCF grootmeester tijdens het Blassmemorial dat van 1987 tot 1992 verspeeld werd met als Horst Rittner als winnaar.
Haije is in 2004 overleden. Hij is zeventig jaar lid geweest van de Schaakvereniging Philidor 1847 en heeft gedurende zestig jaar de schaakkolom in de Leeuwarder Courant verzorgd. Ook in het Algemeen Dagblad heeft hij jarenlang het schaaknieuws bijgehouden. In 1995 schreef hij een boek over het schaken in Friesland met als titel Friese Schaakkoningen.
Haije en Jan Hein Donner hebben elkaar ettelijke keren op de 64-velden ontmoet en waren aan elkaar gewaagd.

Haije Kramer

Haije Kramer, een FIDE-meester met de sterkte van een grootmeester.

Wit: Haije Kramer 
Zwart: Max Euwe 

Hein Donner

Hein Donner: "ook een groot man heeft zijn Angstgegners!"

Haije Kramer speelde dus, wat eerder werd vermeld, tamelijk wat partijen tegen Hein Donner. De grootste moeite had de Amsterdamse grootmeester het meestal tegen de taaie Fries. Eigenlijk wordt hij in het volgende potje kansloos weggespeeld.

Haije Kramer

Haje Kramer (1962)

Wit: Hein Donner 
Zwart: Haije Kramer 

Niet minder dan vijf keer moest Donner het tegen Kramer afleggen. Hein had er geen verklaring voor. "Ook een groot man heeft zijn Angstgegners", placht hij bescheiden op te merken!

De volgende partij is een klassiek voorbeeld van het Wolgagambiet. Het is makkelijk ontwikkelen voor zwart en dan flink druk geven op de dameveugel. In de 'theorie' geeft men wit vrijwel altijd een plusje, vanwege de pion méér situatie, maar Kuijf laat zien hoe je het positioneel moet doen in deze opening. De dames worden al snel geruild, (meestal is dat niet zo), en daarom is deze partij nog interessanter.
Daniel Pergericht, zijn tegenstander, was overigens geen Nederlander, maar een Belg, en Vlaams meester in het Brusselse.. Vlaams meester bestaat officieel natuurlijk niet. Maar een heel sterke hoofdklasser, zoals we dat zo in 'olland' omschrijven was hij zeker en vast. Helaas is hij in 2009 al op 53 jarige leeftijd aan een beroerte overleden.

Wit: Daniel Pergericht 
Zwart: Rini Kuijf 

Peter Gelpke

Peter Gelpke, met 5 punten uit 11 partijen een goed NK gespeeld in 1986.

Wit: Peter Gelpke 
Zwart: John van der Wiel 

Uit de wedstrijd HSG (Hilversum)-Rotterdam 4-6, uit de meesterklasse van 1996. Een korte partij tussen Joris Brenninkmeijer en Gert Ligterink met een 'niet gezien' einde.

Wit: Joris Brenninkmeijer 
Zwart: Gert Ligterink 

Lucien van Beek (13 februari 1979, Leiden) is een wat onbekende Internationaal meester. Als jeugdspeler was hij absoluut een groot talent, zie onderstaande partij die hij speelde tegen de Portugees Pedro Santos tijdens het Europees kampioenschap (1992) in het Slowaakse Rimavská Sobota.

Kerkplein Rimavska Sobota

Kerkplein in Rimavská Sobota

Wit: Lucien van Beek 
Zwart: Pedro Santos 

In 1988 werd Van Beek als jongetje van negen Nederlands kampioen in de klasse t/m 10 jaar. Zes jaar later was hij weer Nederlands kampioen, nu in de klasse t/m 16 jaar. Hij maakte deel uit van het team Schaakstad Apeldoorn toen dat in 2000 promoveerde naar de Meesterklasse.
Tijdens het Amsterdam Chess Tournament in 2004 scoorde Van Beek zijn eerste meesternorm. In hetzelfde jaar won hij met Arthur van de Oudeweetering, Merijn van Delft en Manuel Bosboom het NK Snelschaken voor clubteams.

Tussen 2003 en 2006 was Van Beek drie seizoenen lang trainer van de SBSA-jeugdtraining. SBSA staat voor Stichting Bevorderen Schaken Apeldoorn. Van 4 t/m 6 februari 2005 speelde hij mee in het 65e Daniël Noteboom-toernooi, en eindigde met 5 uit 6 en een TPR van 2715 (!) op een gedeelde tweede plaats. Op 18 juni 2005 werd in Apeldoorn het toernooi om het rapidschaakkampioenschap gespeeld, dat met 6 uit 7 door Daniël Stellwagen, Artur Joesoepov en Manuel Bosboom gewonnen werd. Van Beek en Bruno Carlier eindigden met 5.5 punt op een gedeelde vierde plaats.

Van 9 t/m 11 september 2005 speelde Van Beek mee om het Roc Aventus-kampioenschap van Apeldoorn, dat door Arthur van de Oudeweetering met 5.5 uit 6 gewonnen werd. Van Beek eindigde met 4.5 punt op een gedeelde vijfde plaats.

Lucien van Beek

Lucien van Beek, doctor en intenationaal meester

In 2006 haalde hij in de Meesterklasse zijn tweede meesternorm, een jaar later behaalde hij zijn derde norm en dus de titel internationaal meester (IM), die door een fout bij de aanvraag echter pas in 2008 officieel werd toegekend. In het najaar van 2007 zette hij zijn schaakcarrière op een laag pitje en hij concentreert zich sindsdien op het behalen van een heel andere titel: die van doctor. Van Beek:

"Na het afronden van de studie Wiskunde aan de Universiteit Leiden (doctoraal 2004) maakte ik de overstap naar Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap (doctoraal 2007). In dat jaar verkreeg ik een Toptalent-beurs van NWO, die mij in staat stelde promotieonderzoek te verrichten naar de reconstructie van het Proto-Grieks, in het bijzonder de relatieve chronologie van de klankontwikkelingen. Mijn proefschrift, dat ik in 2013 hoop te verdedigen, concentreert zich op de ontwikkeling van de vocalische r en l in het Grieks. Naast mijn onderzoek geef ik onderwijs in onder meer Historische Grammatica van het Grieks, Inleiding Indo-Europese Taalvergelijking, en Homerus. Momenteel ben ik aangesteld als medewerker binnen het Indo-European Etymological Dictionary project, en geef ik onderwijs aan studenten in de BA en MA Linguistics binnen de track Comparative Indo-European Linguistics."

Welnu, als je dit allemaal op je neemt, dan zal er wel niet veel tijd meer over zijn voor het schaken.

Jan Timman

Jan Timman, in diep gepeins tijdens de tweekamp tegen Ivan Sokolov

In het Nederlands kampioenschap van 1996 eindigden twee spelers met 8½ uit 11 bovenaan. Jan Timman en Ivan Sokolov. Toch gelukkig geen kampioenschap wat de boeken in gaat als "gewonnen op weerstandspunten of andere punten". Nee, we kregen nog een toetje met een tweekamp over 4 partijen. Sponsor Wolters Kluwer zorgde voor een behoorlijke prijzenpot (25.000 gulden), nou daar wilden de GM's nog wel hun rug voor rechten. Opmerkelijk is het feit dat van de 4 partijen er 3 met de zwarte stukken worden gewonnen. Jan Timman werd de gelukkige, hij won voor de negende maal het NK.

Wit: Jan Timman 
Zwart: Ivan Sokolov 
Wit: Ivan Sokolov 
Zwart: Jan Timman 

Het is 1989. Een overtuigende overwinning van Joris Brenninkmeijer op het eerste bord van de match Volmac II vs Groningen. Het reserveteam van Rotterdam met de Belgische grootmeester Luc Winants op het eerste bord zal het weten. De Groningers winnen met 3½-6½. Maar goed dat de Belg niet helemaal naar het noorden 'er gaat niets boven Groningen' moet afreizen. De mokerslagen die Brenninkmeijer aan Winants uitdeelt in de partij voelt hij nu nog in het Brusselse.

De andere partij is van de Groningse grootmeesterlijke meester Gert Ligterink. De veelvuldige bezoeker van Bordenmeisjes zal het opvallen. Hoe vaak ik hem niet tegenkomt, afgedrukt met een 'interessante' partij in een 'oude' Schakend Nederland, is opvallend. Gert wordt al snel gevraagd om voor het vlaggenschip van Volmac te komen spelen. En terecht. In het Europcupduel tegen Spartacus Boedapest (1987) beslist hij toch - tussen allemaal grootmeesters - aan het laatste bord het duel: 7-5 voor Volmac, met 2 winstpartijen voor Ligterink.

Luc Winants

Luc Winants, jarenlang spelend voor Volmac Rotterdam II

Wit: Joris Brenninkmeijer 
Zwart: Luc Winants 
Wit: Gert Ligterink 
Zwart: Emil Szalanczi 

De Pirc-verdediging. Een opening die te danken is aan de Joegoslavische schaker Vasja Pirc, die leefde van 1907 tot 1980. De opening valt onder de halfopen spelen. De beginzetten zijn 1.e4 d6, gevolgd door d4 en Pf6 en Pc3 en g6. De Pircverdediging kan ook na 1.d4 bereikt worden, via 1.d4 d6 2.e4 Pf6 3.Pc3 g6.
De Russische grootmeester Ufimtsev heeft deze verdediging ook uitvoerig onderzocht; dit is de reden waarom deze opening ook wel de Ufimtsevverdediging wordt genoemd.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het zogenaamde Pirc-Robatschsysteem, ook wel de Moderne Verdediging genoemd, populair. De Oostenrijkse grootmeester Karl Robatsch (1928), speelde toen, wat men nu noemt, het Koningsfianchetto. De zet 3...g6 wordt gespeeld om de koningsloper naar veld g7 te spelen waardoor de opening enigszins lijkt op de Koningsindische opening. Het grote verschil met de Pirc is dat de ontwikkeling van het paard op g8 wordt uitgesteld, waardoor talloze varianten waarbij wit e4-e5 tot zijn beschikking heeft, worden vermeden.

Pirc

Vasja Pirc, de uit Slovenië afkomstige bedenker van de 'Pirc-defence'.

De Pirc verdediging is oké voor zwart, net als de draak. Wit ondervindt dit weer eens. De volgende partij uit 1996 tussen Okkes (Amstelveen) en Hommeles (SMB) mag gezien worden. Strijd Met Beleid (SMB) haalde flink uit in dit hoofklasseduel. Amstelveen werd in Nijmegen met maar liefst 8-2 afgedroogd.

Wit: Menno Okkes 
Zwart: Theo Hommeles 


*

Oplossing 'mooi probleem': 1.Th6 gxh6 2.g7 mat of 1.Th6 Lc4 (of een andere zet op deze diagonaal) 2.Txh7 mat.

*