bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met machtig mooie partijen, interviews en verhalen van GM's en IM's 'all over the world'! Internationaal, Aflevering 3

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 25-5-2014

Michail Tal

Michail Tal, de "Tovenaar van Riga". Speelde offers die niemand zou durven.

Michail Nechemevitsj Tal, Lets: Mihails Tals, (Riga, 9 november 1936 - Moskou, 28 juni 1992) was een Letse schaker en de achtste wereldkampioen.
Hij leerde de regels van het schaakspel toen hij 7 jaar oud was. Vanaf het midden van de jaren vijftig begon hij aan een razendsnelle opmars naar de wereldtop.

In 1956 bereikte hij voor het eerst de finale van het kampioenschap van de Sovjet-Unie en werd daarin vijfde. In 1957 won hij dit kampioenschap en werd hij door de FIDE tot grootmeester benoemd. In 1958 werd hij wederom kampioen van de Sovjet-Unie en won hij het Interzone-toernooi van Portoroz. In 1959 won hij het kandidatentoernooi en verwierf zo het recht om tegen Michail Botvinnik om het wereldkampioenschap te spelen. Tal won de in 1960 gespeelde match met 12½-8½ en werd zodoende wereldkampioen.

Tal trok niet alleen de aandacht door de snelheid van zijn opkomst, naar ook door zijn bijzonder aanvallende speelstijl. De "Tovenaar van Riga" speelde offers die niemand zou durven, en ook niet altijd correct waren.

Michail Botwinnik

Michail Botwinnik, had zijn wereldkampioenstitel al na een jaar al weer terug.

In 1961 moest hij de titel weer aan Botwinnik teruggeven - nadat hij in de revanchematch met 8-13 was verslagen, waarmee hij de kortst regerende wereldkampioen was. In 1962 deed hij mee aan het kandidatentoernooi op Curacao, maar moest zich wegens ziekte terugtrekken. In 1964 won hij (gedeeld) het Interzone-toernooi van Amsterdam en kon meedoen aan de nieuw ingestelde kandidatenmatches. In 1965 versloeg hij de Hongaar Lajos Portisch (5½-2½) en de Deen Bent Larsen (5½-4½), maar verloor de finale van landgenoot Boris Spasski met 4-7. In volgende cyclus in 1968 won hij van de Joegoslaaf Svetozar Gligoric met 5½-3½ en verloor van Viktor Kortsjnoj met 4½-5½.

Hierna speelde Tal geen grote rol meer in de strijd om het wereldkampioenschap, maar bleef een geducht toernooispeler. In 1967, 1972, 1974 en 1978 werd hij, al dan niet gedeeld, kampioen van de Sovjet-Unie. In 1979 won hij samen met Anatoli Karpov een buitengewoon sterk bezet toernooi in het Canadese Montréal. Hij stierf op 55-jarige leeftijd aan een nierziekte. Zijn ongezonde leefwijze heeft daar een bijdrage aan geleverd.

Variant in het Siciliaans
Tal blijft o.a. bekend door zijn variant in het Siciliaans:

Wit: Vladimir Tukmakov
Zwart: Michail Tal

Michail Tal

Michail Tal, hier rond zijn vijftigste jaar en... ook hij een paar pakjes per partij.

Fraai gecombineer in Reykjavik van de 'Tovenaar uit Riga' tegen de IJslander Johann Hjartarson. Het lijkt zo makkelijk, gewoon wat stukken opruimen die in de weg staan en mat zetten.

Wit: Michail Tal
Zwart: Johan Hjartarson

Reykjavik

Reykjavik, IJsland.

Gerard de Winter: Ik weet het nog goed. Ik kon meerijden met Koen Pauwels, een schaakvriend uit Vlaanderen die woonde vlak over de grens in Boekhoute, maar 7 km van het Nedelandse Hoek. Pauwels, die toendertijd bij DOW chemical werkte, in mijn achtertuin dus, had zeker en vast vele muziekinteresses, en sprak mij daarover onderweg 'honderduit over' op weg naar een schaaktoernooi. Hij klampte zich zo aan me omdat ik naast het schaken in een muziekband (popgroep) speelde. En dus vooral een muziekinstrument bespeelde. Toen hij me een keer kwam ophalen, voor een toernooitje in Maldegem, liet ik hem thuis een nummer horen wat ik net gecomponeerd had. Hij was helemaal onder de indruk. "Jij maakt muziek en speelt ook goed schaak". Ik wist niet goed wat ik hier mee aan moest, maar zei hem, dat het toeval was. Maar ik voelde dat hij jaloers was. Muziek kunnen maken is veel belangrijker dan schaken in iemands leven, zei hij. Dus die jaloersheid was vooral over het muziekmaken, want in het schaken was hij verreweg de betere. En, bovendien, er waren wel meer muzikanten die schaken, zei ik... beide activiteiten zijn een creatief gebeuren.. enz., niks nieuws onder de zon. Toch kwam hij steeds bij me langs. Hij was bovendien een enorme fan was van Michail Tal. Dat was ik trouwens ook. Het is 1987. Er was een groot toernooi in Brussel (SWIFT-toernooi) en ik moest mee want zijn idool Michael Tal speelde daar ook. Met ons dansorkest hadden we de vorige avond nog een optreden gedaan, diep in de nacht pas weer thuis en minimale rust derhalve, togen we naar de Belgische hoofdstad. De stad met 'Brussel was toen nog een bruisende stad', bezongen door Liesbeth List.

Interieur Sheraton hotel

Interieur van het Sheraton Hotel in Brussel.

Stonden we daar bij de ingang van de chique entourage van het Brusselse Sheraton Hotel te Brussel en werd Johan Maes, onze medereiziger/clubgenoot, de toegang geweigerd. Hij zag er te 'boers' gekleed uit. Maar ik had een ietwat gebleekt 'spijkerjasje' aan, maar dat vonden ze dan wèl acceptabel. Ik zei dat we over 'dit feit' wel even met Bessel Kok (organisator) contact gingen opnemen''... 'toen ze die naam hoorden' konden we gelijk naar binnen. Tja. De brutalen hebben de halve wereld.

Wit: Michail Tal
Zwart: Richard Meulders

Nu een mooi potje uit het GasUnie-toernooi om het jeugdwereldkampioenschap 1976/1977. Winnaar werd de Amerikaan Mark Diesen met 10 punten uit 13 partijen. Diesen (1957-2008), stopte al op 23 jarige leeftijd met serieus schaken en werd technisch ingenieur bij multinational Shell. Hij is slechts 51 jaar geworden.
Tweede in Groningen werd de Slowaak Lubomír Ftàcnik met een half puntje minder, die hieronder de Rus Eugeni Vladimirov uitschakelde voor een hoge klassering. Balancerend op de rand van de afgrond haalt Ftàcnik met creatief spel de eindstreep. De 56 jarige Lubomír Ftàcnik is al heel lang een sterke grootmeester en is nog steeds actief in de toernooiarena.

Lubomir Ftacnik

Lubomír Ftàcnik, nog steeds actief als toernooispeler.

Wit: Eugeni Vladimirov
Zwart: Lubomir Ftàcnik

Lajos Portisch is een Hongaarse schaker, geboren op 4 april 1937 in Zalaegerszeg, Hongarije.
Portisch leerde al vroeg schaken, maar ontwikkelde zich langzaam. Hij is een voorzichtige speler en neemt weinig risico's. In 1958 werd hij kampioen van Hongarije en in 1961 werd hij grootmeester.
De partij is uit het Hoogovenstoernooi te Wijk aan Zee 1972 en zijn opponent de de oud-wereldkampioen Vasili Smyslov.

Lajos Portisch

Lajos Portisch, naast grootmeester ook zanger en pianist.

Wit: Lajos Portisch
Zwart: Vasili Smyslov

Een schoonheidsprijs voor deze twee schakers voor hun ontmoeting in het toernooi van Reggio Emilia 1977. Al weer lang geleden dus en wie weet hun namen nog te herinneren? Met de witte stukken in dit 'Aangenomen Damegambiet' speelt de Zwitser Heinz Wirthensohn en met zwart de Zweed Christer Niklasson. Ze maken er en mooi potje van.

Wit: Heinz Wirthensohn
Zwart: Christer Niklasson

Het zijn niet alleen de mindere goden die wel eens blunderen. Ook de grote jongens hebben wel eens een zwak moment. Het overkwam de Russische grootmeester Jevgeni Ilgizovitsj Barejev, tijdens een superzeskamp in Novgorod in 1994.

Jevgeni Barejev

Jevgeni Barejev, een blunder overkomt ons allen weleens.

Wit: Aleksej Sjirov
Zwart: Jevgeni Barejev

Borislav Milic

Borislav Milic, een duizendpoot onder de schakers. Overleed al op 61-jarige leeftijd.

Hieronder 2 fraaie partijen van Borislav Milic. Eerst een partij tegen de sterke Hongaarse GM László Szabó (1917-1998) in het toernooi van Belgrado 1964 en daarna eentje tegen de Duitse GM Wolfgang Unzicker (1925-2006) in het toernooi van Opatija 1953 aan de Kroatische kust.

László Szabó

László Szabó, in het 28e Hoogovenstoernooi, 1966, te Beverwijk.

Wit: László Szabó
Zwart: Borislav Milic

Wit: Borislav Milic
Zwart: Wolfgang Unzicker

Uit de grootmeestergroep B van het Hoogovenstoernooi 1989 een duel tussen de Engelsman Julian Hodgson en de Fransman Gilles Andruet. De aantekeningen zijn van Hodgson.

Julian Hodgson

Julian Hodgson, succesvol met scherp en gepointeerd spel.

Wit: Julian Hodgson
Zwart: Gilles Andruet

Ian Rogers

Ian Rogers vs ... Jumbo (?)

De in Amsterdam wonende Australische grootmeester Ian Rogers heeft zichzelf eens omschreven als "eigenlijk een 1600 speler die toevallig erg sterk is". Wie zijn partijen naspeelt ziet dat beeld bevestigd. De partijen maken zelden indruk door een grootse conceptie of een glansrijke aanval. Er wordt ogenschijnlijk wat aangerommeld, maar als hij zijn kans ziet slaat hij toe. Praktisch en attent is Rogers namelijk wel. En dat hij wel degelijk partijen uit een stuk kan spelen bewijst hij in onderstaande partij tegen de Fransman Joël Lautier in het Casinotoernooi van '88-'89 te Groningen. Na een mislukte opening, 7.d5 is fout, loopt Rogers de witte stelling onder voet.

Wit: Joël Lautier
Zwart: Ian Rogers

Wie ouder wordt denkt meer en meer aan vroeger, aan de tijd toen hij nog met jonge ogen de wereld inkeek. Het Hoogoventoernooi was een gezelligheidsevenement, een kruising tussen een schaaktoernooi en de Folies Bergères, zo werd wel beweerd. Men ontmoette elkaar in het oude Kennemertheater van Charles Hart; daar konden we schaken, eten en desnoods ook nog slapen.

Folies Bergeres

Folies Bergeres

Folies Bergères, beroemd theater in Parijs waar Josephine Baker in 1926 in haar bananenrokje danste.

In de jaren zestig veranderde het beeld. Het schaken werd grimmiger, er kwamen geldprijzen en zelfs de persdienst ging er, dankzij de onvermoeibare Berry Withuis, wezenlijk functioneren. Het 25e toernooi werd een bijzondere gebeurtenis. Er kwamen niet minder dan 18 eersterangs meesters aan de start en tot ieders verrassing werd het concourse en triomf voor onze eigen Hein Donner, die met 12 punten uit 17 ongedeeld eerste werd. Bronstein werd 2e met 11½, terwijl Pilnik, Ivkov en Parma de derde plaats deelden met 11 punten. Verder vielen achtereenvolgens Matanovic, Averbach en Robatsch in de prijzen. Hieronder Donners beste prestatie bij die gelegenheid.

Donner

Hein Donner, ongedeeld winnaar Hoogovenstoernooi in 1963.

Wit: Julian O'Kelly
Zwart: Hein Donner

Het wereldkampioenschap schaken 2000 van de FIDE (Fédération Internationale des Échecs) bestond uit een groot knock-out toernooi, waarvan de eerste zes ronden werden gehouden in New Delhi van 27 november tot 15 december 2000 en de finale in Teheran van 20 december tot 24 december 2000. De winnaar werd de Indiër Viswanathan Anand die in de finale de Letse Spanjaard Alexei Shirov versloeg.
Het betrof hier het officiële, door de FIDE georganiseerde wereldkampioenschap.
In hetzelfde jaar vond ook een tweekamp plaats in het kader van het 'klassieke' wereldkampioenschap, het Wereldkampioenschap schaken 2000 ('Klassiek').
Het toernooi werd gespeeld volgens een knock-out formule. Begonnen werd met 128 deelnemers. Deze speelden minimatches van twee partijen. Als deze in 1-1 eindigden werd een tiebreak gespeeld. Deze bestond uit twee rapidpartijen en als dan nog geen beslissing was gevallen twee snelschaakpartijen. Was de stand daarna nog gelijk dan werd de match beslist met een sudden death-partij. In de halve finale werden matches van vier partijen gespeeld, in de finale een match van zes partijen, met dezelfde tie-breakregels als de andere rondes. Het was de derde keer dat de strijd om het wereldkampioenschap op deze wijze werd gespeeld.
Nederland werd vertegenwoordigd door Jeroen Piket en Loek van Wely. Ze overleefden slechts de eerste ronde.
Wit: Loek van Wely
Zwart: Alexey Dreev

Alexey Dreev

Alexey Dreev, superieure eindspeltechniek.

Wit: Boris Gelfand
Zwart: Jeroen Piket

Buitenlandse grootmeesters in de Nederlandse competitie. Dat zette zich door in de 80er jaren en vooral bij HSG (Hilversums Schaakgenootschap) - de Polgar meiskes - en Volmac Rotterdam, beide gesponsord door Joop van Oosterom, zaten ze plots achter de borden. Hier een partij uit 1996, HSG-Rotterdam 4-6, tussen Victor Korchnoi en het vriendje, later man van Sofia Polgar, GM Yona Kosashvili.

Yona Kosashvili

Yona Kosashvili, de Georgische IsraĆ«liër is chirurg en grootmeester schaken.

Wit: Viktor Kortsjnoi
Zwart: Yona Kosashvili

Een spannende, scherpe en ingewikkelde partij onderstaand, met aantekeningen van Theo Hommeles. Gespeeld in het Fontystoernooi 1997 wat gedeeld gewonnen werd door de Russen Peter Svidler, Gerri Kasparov en Vladimir Kramnik met 8 punten uit 11 partijen. De Hongaar Péter Lékó (7 uit 11) en landgenoot Loek van Wely (4½ uit 11) zijn de acteurs.

Wit: Péter Lékó
Zwart: Loek van Wely

Peter Leko

Péter Lékó, mooi gevecht met Loek van Wely en geluk gehad tegen Jeroen Piket.

In hetzelfde Fontystoernooi komt deze Péter Lékó ongelofelijk goed weg tegen onze Jeroen Piket. Maar ja, niets is moeilijker een gewonnen staande partij ook daadwerkelijk in winst om te zetten.

Wit: Péter Lékó
Zwart: Jeroen Piket

"French Fried"

Door de Schotse GM Paul Motwani

De Franse verdediging, 1.e4 e6 2.d4 d5, is één van de eerste schaakopeningen die ik 25 jaar geleden leerde en nog steeds heeft dat feest van fascinerende mogelijkheden mijn volle aandacht. Spelers de één keer geproefd hebben van de volle rijkdom van het Frans, zullen deze opening niet meer willen opgeven en zodoende groeit het aantal supporters van de Franse verdediging gestaag.

De Kroatische grootmeester Goran Dizdar schotelde zijn landgenoot IM Stanko Kosanski een Franse maaltijd voor, die de laatste nog lang zal heugen. De prachtige partij stamt uit een teamwedstrijd (1998) in het Kroatische Pula, de zuidelijkste stad van het schiereiland Istrië.

Kosanski

Stanko Kosanski, de Kroatische IM, zal deze nederlaag niet snel vergeten hebben.

Wit: Stanko Kosanski
Zwart: Goran Dizdar

Schilderij