bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met machtig mooie partijen van GM's en IM's 'all over the World'! Internationaal, Aflevering 2

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 24-4-2014

Kavalek-Donner: Rookgevechten

Het lijkt wel of de Tsjechische grootmeester Lubosh Kavalek steeds beter gaat schrijven sinds hij in 2010 de Washington Post verruilde voor de "Huffington Post". Bij de Washington Post, die moest bezuinigen, was Kavalek te veel geworden, maar mevrouw Huffington wilde de schaakrubricist graag hebben. Had Kavalek bij de Washington Post een klein hoekje, op het internet komen zijn analyses helemaal tot hun recht.

Een rokende Donner

Hein Donner. Kom, we steken er nog maar eens eentje op.

Deze week heeft Lubosh Kavalek het over de vergane gewoonte om aan het schaakbord te roken. Schakend roken werd beschouwd als een onvervreemdbaar recht, al is er in geschiedenis wel tegen geprotesteerd, onder meer door Nimzowitsch.
Ooit heeft meester Lederer de grote Lasker ervan beschuldigd dat die expres rook in het gezicht van zijn tegenstanders blies, waarop Lasker zich verdedigde met het argument dat hij alleen hele goede sigaren rookte, zodat er geen sprake kon zijn van enig nadeel.

Decennia lang is roken aan het bord heel normaal geweest, tot het in 1990 door de Wereldschaakbond werd verboden. In de loop der jaren zijn de regels steeds strenger geworden. Zo kregen de Chinese spelers Wang Yue and Li Chao in 2009 een reglementaire nul, toen zij besloten voor hun onderlinge partij eerst een sigaretje op te steken.

"Stel je voor dat iemand een marathon loopt, terwijl hij ondertussen de ene sigaret na de andere rookt", schrijft Kavalek. Toch moet je daarmee de rokende grootmeester vergelijken die voor 1990 zware toernooien speelde. "Wij leefden in de illusie", aldus Kavalek, "dat roken ons kalm maakte en ons tevens stimuleerde in ons denken". Kavalek zelf is jarenlang een kettingroker geweest, net als Tal en Kortsjnoj. Maar wie van allen vermoedelijk het meeste rookte, was de Nederlandse grootmeester Hein Donner. Hij rookte ongeveer drie à vier pakjes Camel per partij.

Die hoeveelheid pakjes Camel rookte ik (GdW) vroeger bij het HZ-Chess Tournament te Vlissingen in één (schaak)week. Camel, dat was ook mijn merk. Tien jaar geleden rookte ik Samson shag en in totaliteit heb ik zo'n 45 jaar gerookt. Ik ben een jaar geleden gestopt, heb daar enorm voor moeten knokken, maar het is me gelukt. Bij de voetbal (in Hoek) wordt er langs de lijn gerookt, vooral door de ouderen, van mijn leeftijd dus. En ik vind het nog steeds lekker ruiken maar heb wel de kracht om geen sigaretje te vragen. Een mooi verhaal van Kavalek... en een schitterende jaren '70 foto bovendien. Vooral Donner zal zo'n beetje geasfalteerde longen hebben gekregen. Toch is hij er niet aan dood gegaan. Een wonder.

Een rookgevecht

In de Huffington Post haalt Kavalek oude herinneringen op een van zijn partijen met Donner. Hij weet het nog heel precies: "Als wij tegen elkaar speelden, was ons bord gehuld in een wolk van rook".

De partij die Kavalek nog het meeste bij staat, is die uit het Hoogoventoernooi van 1969. Terwijl buiten de staalovens aan het Noordzeekanaal hun rookwolken uitbraakten, paften Kavalek en Donner er in de toernooizaal vrolijk op los.
Maar het werd een geweldige partij! Nog altijd zeer de moeite waard om na te spelen. Kavalek offerde drie pionnen achter elkaar, terwijl Donner tegen de storm in rokeerde. Tenslotte kwam er een stelling op het bord waarin de Tsjech een kwaliteit meer had, maar Donner bleek over voldoende compensatie te beschikken. Op de 51e zet besloten de spelers, kapot gerookt, tot remise. Na afloop lagen er een bergen peuken in de asbakken en bleef het nog lang onrustig in de perskamer. Eerst nog een (paf)partij uit Hoogovens 1967.

Wit: Hein Donner
Zwart: Lubosh Kavalek

Een rokende Donner

De volgende fantastische partij is door Kavalek geanalyseerd in de Huffington Post, zoals alle partijen die hier na te spelen zijn..

Wit: Lubosh Kavalek
Zwart: Hein Donner

Lubosh Kavalek

Lubosh Kavalek, nu in 2014, recente foto, is veel meer journalist dan toernooischaker.

In het toernooiboek van het Hoogovenstoernooi 1973 schreef Berry Withuis bij de volgende partij: "Na zo'n zet of tien geloofden velen er niet meer in. Ons is niet ter ore gekomen dat zwart het toch nog had kunnen redden".

Wit: Lubosh Kavalek
Zwart: Hein Donner

Boris Vasiljevitsj Spasski, ook: Spassky, (Leningrad, 30 januari 1937) is een Russische grootmeester. Hij was wereldkampioen van 1969 tot 1972. Hij woont in Frankrijk en komt voor dat land uit.

Spassky

Boris Spasski, de 13e wereldkampioen schaken.

Levensloop
In de oorlogsjaren werd de familie geëvacueerd tijdens het beleg van Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Zijn ouders konden ook niet goed met elkaar overweg en gingen uiteen. Boris bleef bij zijn moeder; hij moest voor haar zorgen omdat ze invalide was. Na terugkeer in Leningrad werd Spasski gegrepen door het schaakspel. Hij bleek een groot talent en kreeg al op zijn elfde een toelage van de staat, waarmee hij kostwinner werd van het gezin.

Spasski gold lange tijd als 'de jongste'. Hij was de jongste eerste-categorie speler (10 jaar) de jongste kandidaat-meester (13 jaar) en de jongste meester, allemaal titels in de Sovjet-Unie. Hij was voor Bobby Fischer ook de jongste grootmeester, die titel verwierf hij in 1957.

In 1955 bereikte Spasski voor het eerst de finale van het kampioenschap van de Sovjet-Unie. In dat jaar werd hij ook jeugdwereldkampioen en plaatste zich in het Interzone-toernooi van Göteborg voor het kandidatentoernooi van 1956. Ook daar sloeg hij een uitstekend figuur en algemeen bestond het gevoel dat men met een toekomstig wereldkampioen te doen had. In de jaren daarna loste hij die belofte niet meteen in. Hij won een aantal grote toernooien, zoals het kampioenschap van de Sovjet-Unie in 1961, maar ging pas weer een rol spelen in de strijd om het wereldkampioenschap nadat hij in 1964 het kandidatentoernooi van Amsterdam (gedeeld) won.

Spassky vs. Fischer

Spasski vs Fischer, in de match van de eeuw te Reykjavik (1972).

Het jaar daarop versloeg hij in de kandidatenmatches achtereenvolgens Paul Keres (6-4), Jefim Geller (5½-2½) en Michail Tal (7-4). Zodoende mocht hij 1966 aantreden voor een match om het wereldkampioenschap tegen Tigran Petrosjan, maar verloor nipt (11½-12½).
In de volgende cyclus won Spasski wederom al zijn kandidatenmatches, ditmaal tegen Geller (5½-2½), Bent Larsen (5½-2½) en Viktor Kortsjnoj (6½-3½). Hiermee verwierf hij opnieuw het recht Petrosjan uit te dagen. In 1969 wist hij hem met 12½-10½ te verslaan en werd daarmee wereldkampioen. Zijn regering was maar kort. In 1972 moest hij in Reykjavik de titel afstaan aan Bobby Fischer, die Spasski in een match vol conflicten met 12½-8½ de baas bleef.

In 1973 werd Spasski voor de tweede keer kampioen van de Sovjet-Unie. In 1974 won hij in weer een nieuwe cyclus van Robert Byrne (4½-1½), maar verloor de halve finale van de rijzende ster Anatoli Karpov met 4-7. In 1976 kreeg hij toestemming met een Franse vrouw te trouwen en in Frankrijk te gaan wonen, maar bleef vooralsnog voor de Sovjet-Unie uitkomen. In 1977 kwam hij nog één keer dicht bij de wereldtitel. Hij versloeg Vlastimil Hort (8½-7½) en Lajos Portisch (8½-6½), maar verloor in de finale van de kandidatenmatches van Kortsjnoj (7½-10½).

In de jaren '80 namen Spasski's kracht en ambitie geleidelijk af. Hij brak in 1984 met de Sovjet-Unie en ging voor Frankrijk spelen. In 1992 speelde hij een onofficiële 'revanchematch' met Fischer. Spasski verloor met 12½-17½.

Spassky en Polgar

Boris Spasski, (recente foto) hier samen met Zsuzsa Polgar.

Spasski heeft in de Spaanse opening in het Marshallgambiet de 'Spasski-variant' gecreëerd:


Wit: Boris Spasski
Zwart: Jan Timman

Wit: Boris Spasski
Zwart: Jan Timman

De ambitie nam bij Spasski rond de jaren '80 af, zoals al beschreven in de intro. Hij speelde het liefst zo snel mogelijk remise en nodigde dan zijn tegenstander uit om een potje te gaan tennissen. Behalve als zijn opponent hem uitdaagde met een scherpe opening, dan moest hij toch aan de bak. Hieronder de enige partij die hij won tijdens het Interpolistoernooi in Tilburg van 1980. Hij verloor nog een potje, van vechtersbaas Oleg Romanishin, en speelde 9x remise (uit 11 ronden).

Wit: Boris Spasski
Zwart: Robert Hübner

Nu 2 partijen van John van der Wiel in 1980, gespeeld in de Europacupfinale van zijn ploeg Volmac tegen Russen van Burevetsnik uit Moskou. Volmac Rotterdam was dichtbij een verrassing, maar de overkill aan ratingpunten werd er toch nipt verloren. Volmac won 2 partijen (er waren zelfs 12 remises) en die kwamen allemaal van John van der Wiel. "Wiel" speelde toentertijd, rond 1980, heel sterk en aanvallend haast compromisloos. Dat gaat ook weleens mis, maar per saldo leveren winstpartijen meer punten op. Hier onder zijn 2 winstpartijen.

Wit: Yuri Sergeyevich Razuvaev
Zwart: John van der Wiel

Jevgeni Svejnikov

Jevgeni Svesjnikov, de bedenker van de 'Svejnikov variant' in het Siciliaans.

Wit: John van der Wiel
Zwart: Tamas Georgadze

Curt Hansen

Curt Hansen, de Deense Grootmeester en voormalig jeugdwereldkampioen.

Wit: Curt Hansen
Zwart: Eckhard Schmittdiel

Een nieuwe jonge ster aan het firmament. De Rus, nu Oekrainer, Oleg Romanishin wordt verrassend 1e in het toernooi te Hastings 1976-'77 met 11½ uit 14 partijen. Grote namen blijft hij ruim voor en dus ook zijn beroemde tegenstander, de voormalig wereldkampioen Vasily Smyslov.

Oleg Romanishin

Oleg Romanishin, 'centenbak' en vechtersbaas 'pur sang'.

Wit: Oleg Romanishin
Zwart: Vasily Smyslov

Zapata

Alonso Zapata, die verrassend het OHRA-toernooi won.

Tot slot een mooie pot van de winnaar van de grootmeestergroep van het OHRA-toernooi (Amsterdam) uit 1986, de Colombiaan Alonso Zapata. Zijn opponent is de sterke Rus Sergey Dolmatov, die samen met onze landgenoot Hans Ree op een gedeelde 5e plaats finishte. De aantekeningen zijn van Zapata.

Dolmatov

Sergey Dolmatov, een sterke grootmeester en later ook een fantastische trainer.

Wit: Alonso Zapata
Zwart: Sergey Dolmatov

Om deze aflevering te besluiten, 2 partijen van grootmeester Paul van der Sterren. Met aantekeningen van de Limburgse Amsterdammer. De eerste uit een toernooi te Munchen in 1989 en de tweede uit de grootmeestergroep A van het Hoogovenstoernooi te Wijk aan Zee in 1987. Van der Sterren is al sinds jaar en dag een speler van mijn hart. Een buitengewoon talentvol schaker, maar structureel botsend met innerlijke onzekerheden. Evenwel, hij had vele mooie hoogtepunten, met schitterende toernooioverwiningen.
Hij heeft een mooi boek geschreven over z'n carrière, genaamd "zwart op wit". Een prachtig openhartig boek. Ik heb het gekocht en gelezen. Het is een verhaal, met partijen, waarbij blijheid en droevenis, zo vlak bij elkaar door het boek gaan. Zoals het in het leven eigenlijk gaat.
Samen met landgenoot Jeroen Piket won Van der Sterren het toernooi in Munchen met 7½ uit 11. Anderhalf punt voor de rest. Beide scoorden in dit toernooi een grootmeesterresultaat. Grootmeester gingen Paul en Jeroen wel worden, dat was voor "schakend Nederland" een zekerheidje.

Wit: Paul van der Sterren
Zwart: Margeir Pétursson

Paul van der Sterren

Een nog heel jonge Paul van der Sterren

Wit: Paul van der Sterren
Zwart: Ljubomir Ljubojevic

Filmfragment