bordenmeisje


Het Bordenmeisje...

...met machtig mooie partijen van GM's en IM's 'all over the World'! Internationaal, Aflevering 1

Door Gerard de Winter, toegevoegd op 19-2-2014

Viktor de Verschrikkelijke

Nadat Bobby Fischer in 1972 de Russische hegemonie in de schaakwereld had verbroken, werd in de Sovjetunie alles in het werk gesteld om de jonge Anatoli Karpov klaar te stomen voor de wereldtitel. De enige die daar niet aan wenste mee te werken was Viktor Kortsjnoj. Hij plaatste zich overtuigend bij de laatste acht die onderling moesten uitmaken wie Fischer mocht uitdagen. Henrique Mecking en oud-wereldkampioen Tigran Petrosian bleken niet opgewassen tegen Kortsjnoj's vechtschaak. Maar ook Karpov haalde de finale.

De jonge Karpov had op indrukwekkende wijze Lev Polugajewski en Boris Spasski verslagen, maar Kortsnoj bleek van een ander kaliber. Het werd een ongelofelijk spannende match. Karpov had een enorm team secondanten en was uitstekend voorbereid op de match. Hij nam snel een voorsprong, maar naar mate de match langer duurde, kwam Kortsjnoj beter op dreef. Karpov raakte uitgeput en in de tweede helft van de match had Kortsjnoj duidelijk de overhand. Karpov haalde op het nippertje met een 12½ - 11½ overwinning de eindstreep. Omdat Fischer zijn wereldtitel niet verdedigde, was hij daarmee meteen wereldkampioen.

Al voor de match had Kortsjnoj zich een aantal keren buitengewoon denigrerend over Karpov uitgelaten. Na afloop deed hij er nog een schepje bovenop. Zijn uitspraken leverde Kortsjnoj in de Sovjetunie de bijnaam Viktor de Verschrikkelijk op, maar erger was dat hij vrijwel uitgesloten werd uit de schaakwereld. Die boycot leidde ertoe dat Kortsjnoj na het IBM toernooi van 1976 in Amsterdam politiek asiel aanvroeg in Nederland. Toen was de boot helemaal aan: geen enkele sovjetgrootmeester verscheen nog op een toernooi wanneer Kortsjnoj was uitgenodigd.

De boycot brak Kortsjnoj carrière niet. In 1977 won hij met 3½ punt voorsprong het Nederlands kampioenschap. Door zijn finaleplaats in de vorige WK-cyclus was hij automatisch geplaatst voor het kandidatentoernooien daarin haalde hij hardhandig Petrosian, Polugajewski en Spasski onderuit om zich zo te kwalificeren voor zijn eerste echte WK-match tegen Karpov. En dit keer werd het nóg spannender.

Viktor de vriendelijke

De WK-match van 1978 tussen Karpov en Kortsjnoj in Bagaio City is één van de meest roemruchte uit de schaakgeschiedenis. Het begon allemaal met een zekere Zoechar, een parapsycholoog die deel uitmaakte van de Karpov-delegatie.

Zoechar nam bij iedere partij op de eerste rij plaats om doordringend naar Kortsjnoj te staren. Na enkele partijen kreeg Kortsjnoj er genoeg van en protesteerde luidkeels tot Zoechar een paar rijen naar achteren werd verbannen. Vervolgens kregen we het yoghurt-incident. Karpov had de gewoonte halverwege de partij een bekertje yoghurt te nuttigen, maar volgens Kortsjnoj werden er door te variëren in de smaak boodschappen aan hem doorgegeven. Toen Zoechar na dat protest in de volgende partij weer op de eerste rij ging zitten, was Kortsjnoj voorbereid. Hij had twee yogi's in gele jurken bereid gevonden in lotuszit voor de parapsycholoog plaats te nemen om zijn kwaadaardige invloed te neutraliseren.

Op het schaakbord was de match over zes gewonnen partijen van wisselend niveau. Na 27 partijen stond het 5-2 voor Karpov, maar net als vier jaar eerder raakte Karpov zichtbaar vermoeid. Kortsjnoj won drie van de vier volgende partijen en kwam zo op 5-5. In de 32e partij was de spanning te snijden, maar Karpov bewees een zeer koele kikker te zijn. Hij beantwoordde de ongebruikelijke opening van Kortsjnoj met een scherpe partijopzet en voerde de partij met vaste hand naar winst.

Een grote deceptie, maar Kortsjnoj probeerde het gewoon opnieuw. In 1981, inmiddels vijftig jaar oud, won hij de kandidatenmatches weer. Dit keer was Karpov in een match over 20 partijen echter duidelijk te sterk: 11-7.

Viktor Kortsjnoj

Viktor Kortsjnoj, er werd ook weleens gelachen hoor...

Kortsnoj is het steeds blijven proberen. Z'n concurrenten van vroeger zijn allemaal met schaken gestopt. In 2006 won hij op zijn 75e zijn eerste officiële wereldtitel, het Wereldkampioenschap senioren. Maar niemand hoeft er raar van op te kijken als hij het ook nog eens bij de jeugd gaat proberen. Hij staat nog steeds hoog op de wereldranglijst en sinds vorig jaar zit zijn rating weer in de lift! Het grote verschil met vroeger: hij heeft tegenwoordig zelfs voor zijn tegenstanders vriendelijke woorden over.

stelling uit de partij kortsjnoj-udovic

Kortsjnoj won deze stelling tegen Udovcic in 1967 door 1.Ng5xe6!! Nu volgt op 1...Bxh4 2.Ng7 mat en op 1...Bxb4 2.Qd8 mat. Iets moeilijker is al 1...Bxb5 2.Ng7+ Kf8 3.Nf5! En opnieuw gaat zwart ten onder aan de kruispenning van loper e7. De partij ging verder met 1...fxe6 2.Qh5+ Kf8 3.Rc3! En het is nog lastig te zien dat alles nu echt misgaat voor zwart. B.v. 3...Rh7 4.Qg6! Rg7 5.Qxh6!

Kortsjnoj tegen Karpov

Viktor Kortsjnoj - Anatoly Karpov (links) in de WK match 1978

De VSB-vierkamp in 1990 te Rotterdam werd een prooi voor Viktor Kortsjnoj. De onverwoestbare, Viktor de Verschrikkelijke, was daar zichtbaar tevreden mee. Met name zijn winst tegen Mikhail Gurevich in de vierde ronde. Gurevich zei na de partij zelden op een dergelijke manier te hebben verloren, namelijk zonder het maken van een aanwijsbare fout. Uit hetzelfde toernooi, de derde ronde, een gestroomlijnde overwinning van Kortsjnoj tegen de Engelese houwdegen Nigel Short.

Wit: Viktor Kortsjnoj 
Zwart: Mikhail Gurevic 

Wit: Viktor Kortsjnoj 
Zwart: Nigel Short 

Kortsjnoj won in 1988 de kroongroep van het OHRA toernooi. Ongedeeld met 6 uit 10. De 6 deelnemers lagen in de eindstand heel dicht bij elkaar. Tweede werd de Engelsman Nunn met 5½ en de plaatsen 3 t/m 5 werden bezet door John van der Wiel, de Tjech Hort en de Bosniër Nikolic met 5 punten. De aantekeningen bij de volgende partij zijn van Leon Pliester.

Wit: Pedrag Nikolic 
Zwart: Viktor Kortsjnoj 

Een jonge Fischer

De 13-jarige "star is born": Bobby Fischer

Schaakwedstrijd van de eeuw?

Inleiding en aantekeningen van Hans Bouwmeester

Bobby Fischer was nog niet droog achter de oren of de jonge Amerikaanse schaker had de wereld al doen verbazen. Op dertienjarige leeftijd won Fischer zijn eerste partij van een internationaal grootmeester. Donald Byrne was de klos. Toch hoefde hij zich nadien nergens voor te schamen. Behalve dat Bobby Fischer zou uitgroeien tot de beste speler van de wereld werd de partij uit 1956 omschreven als de schaakwedstrijd van de eeuw.

Donald Byrne
Byrne was een Amerikaanse schaker die vooral in de jaren vijftig en zestig zeer sterk speelde. Hij werd tot de doorbraak van Fischer gezien als de beste Amerikaanse schaker. De in New York geboren Byrne werd in 1953 voor het eerst nationaal kampioen van de Verenigde Staten. Een jaar eerder werd hij al bekroond tot internationaal grootmeester. Tussen 1962 en 1972 zou hij vijf maal deelnemen aan de Schaak Olympiade. De leraar Engels zou niet oud worden. Al in 1976 overleed hij op 45-jarige leeftijd aan complicaties als gevolg van lupus.

Byrne tegen Fischer

Donald Byrne (links) in 'the game of the century' tegen de jonge Bobby Fischer

Schaakwedstrijd van de eeuw
Beroemd werd Donald Byrne vooral als de tegenstander van Bobby Fischer in de schaakwedstrijd van de eeuw. De partij werd op 17 oktober 1956 in New York gespeeld tijdens het Rosenwald Memorial Tournament. Hans Kmoch bestempelde het schaakduel in Chess Review tot de Game of the Century, met de volgende omschrijving: "Een prachtig meesterwerk van een combinatie van zetten, uitgevoerd door een jongen van dertien jaar oud tegen een formidabele tegenstander. Deze wedstrijd is de verbluffendste partij die ooit is vastgelegd in de geschiedenis van de schaakwonderen."

13 jaar
Bobby Fischer speelde de wedstrijd met zwart. De 13-jarige toont met zijn spel zeer opmerkelijke innovaties en improvisatievermogen. Byrne speelt met wit en hij kiest ervoor om vrij standaard te openen. Op de elfde zet maakt Byrne een miniscule fout. Hij verliest hierdoor een zet, want hetzelfde stuk moet hij een tweede keer verplaatsen. Bobby Fischer slaat gelijk toe als een leeuw. Hij bespringt zijn tegenstander met een briljante offeractie. Op de zeventiende zet offert hij zijn dame. Byrne pakt de dame, maar levert daar wel heel veel voor in. Zo pakt Bobby Fischer op zijn beurt de toren, de twee lopers en een pion. Fischer slaagt erin zijn stukken te positioneren naar schaakmat, terwijl de dame van Byrne aan de andere kant van het bord hopeloos staat toe te kijken.

Analyse
De wedstrijd is na afloop door iedere schaker uitgediept. Uiteindelijk zijn er drie grote lessen te leren uit de schaakpartij van de eeuw, zo concludeerden schakers Graham Burgess, John Emms en John Nunn. Ten eerste het twee keer verzetten van hetzelfde stuk in de opening. Dit is zonde van de tijd. Andere stukken zouden eerst ontwikkeld moeten worden voor ditzelfde stuk indien noodzakelijk nog verzet kan worden. Het opofferen van stukken kan zeer effectief zijn als de koning nog altijd in het midden van het bord staat en open is. Tenslotte kon er niet anders dan geconcludeerd worden dat Bobby Fischer zelfs op dertienjarige leeftijd als een speler was waar rekening mee gehouden moest worden. Zelf schreef Bobby Fischer  uitgebreid over deze partij in het door hemzelf geschreven boek My 60 Memorable Games.

In Nederland was men in 1956 ook al redelijk verbaasd over het superieure spel van de piepjonge Amerikaan Robert James (Bobby) Fischer. De partij tegen Donald Byrne maakt nu in 2014 nog altijd een geweldige indruk. Hans Bouwmeester en Max Euwe maakten gezamenlijk de aantekeningen.

Wit: Donald Byrne 
Zwart: Bobby Fischer 

notatieformulier

Je zou kunnen denken dat alles, wat over Fischer kan worden geschreven, reeds is gebeurd. Er zijn al meerdere verzamelingen van zijn partijen gepubliceerd. Toch duiken er soms nog 'meesterstukken' van tijd tot tijd op. Een onuitputtelijke bron vormen de simultaanseances, die Fischer regelmatig gaf, voornamenlijk in het midden van de zestiger jaren. De volgende partij uit een séance in Cleveland in 1964, laat Bobby aan het werk zien met een opening, die hij in een serieuze match- of toernooipartij nimmer heeft gespeeld.

Een simultaan door Fischer

Fischer geeft een simultaan in 1964 tegen 50 tegenstanders. Het toeschouwersaantal is vele malen hoger.

"Sokolsky" of "Pools" of "Orang Oetan" zijn de namen die gebruikt worden bij deze opening. De beginzet is 1.b4. Hiermee valt de opening onder de flankspelen. De opening is niet populair. Schaaktoppers, dus schakers met een rating van boven de 2000 spelen de opening zelden.
Het doel van de opening is om de fianchetto mogelijk te maken. In plaats van b3 wordt b4 gespeeld om zwart de natuurlijke zet Pc6 te bemoeilijken. Daarnaast heeft wit met 2.Lb2 druk op het veld g7. De beste respons voor zwart is om het centrum in handen te nemen, 1...-d5. Echter de solide zet 1...-Pf6 wordt ook veel gespeeld.

De opening is vernoemd naar Alexey Pavlovich Sokolsky. Hoewel deze opening Pools genoemd wordt, was Sokolsky zelf een Oekraïner/Wit-Rus. De naam "Orang Oetan" werd door de Poolse schaakmeester Sawielly Tartakower schertsend aan deze opening gegeven in 1924 tijdens een schaaktoernooi in New York. Na een bezoek aan de dierentuin zag hij daar een Orang Oetan die hem deed denken aan de b-pion die bij de Sokolsky-opening omhoog klauterde.
In de provincie Zeeland, Ossenisse om precies te zijn, woont er een trouw aanhanger van deze opening. Zijn naam: Gosse Kamminga. Menig opponent heeft hij ermee gepijnigd, reeds voor de partij en wellicht ook bij de voorbereiding, in de wetenschap dat Gosse de witte stukken had. Hij was jarenlang lid van de SV Terneuzen. Hij speelt de opening nog steeds, natuurlijk, als je er zoveel van weet!

Wit: Bobby Fischer 
Zwart: Stan Gloger 

Spassy tegen Fischer

Links, Boris Spassky en rechts, Robert James Fischer

Voordat de beroemde schaakmatch van de eeuw op IJsland in 1972 plaatsvond had de toenmalige wereldkampioen, de Rus Boris Spassky, een duidelijke plusscore op Fischer. Hier een ontmoeting tussen de twee rivalen, die overigens normaal met elkaar om gingen - Fischer had veel repect voor Spassky -, gespeeld in het toernooi van Mar del Plata (Argentinië) in 1960. Het werd een aangenomen koningsgambiet die er niet om loog.

Wit: Boris Spassky 
Zwart: Bobby Fischer 

Fischer

Robert James (Bobby) Fischer, hier in de periode rond de match van de eeuw.

Interpolis toernooi

Dit toernooi werd van 1977 tot 1994 jaarlijks in Tilburg gehouden en was destijds een van de meest gerenommeerde schaakevenementen ter wereld. De wedstrijden vonden plaats in het kantoorgebouw van Interpolis aan de Conservatoriumlaan en alle grote schakers gaven er ooit partij. Van de achttien edities won Anatoli Karpov er acht. Hij wordt op ruime afstand gevolgd door Garri Kasparov, Alexander Beljavski en Anthony Miles, die elk twee keer winnaar werden. De Engelsman Miles leverde in 1984 een opmerkelijke prestatie door het toernooi wegens rugklachten al liggend op een brancard te winnen. Jan Timman won het toernooi in 1987. Aan diverse edities van het Interpolis Schaaktoernooi werden boeken gewijd, met verslagen en bijdragen van onder anderen Ger Ligterink (1981), Hans Böhm (1982) en Boudewijn Büch (1990). Uit het toernooi in 1990 de volgende partij:

Een jonge Nigel Short

De Brit Nigel Short, van wonderkind tot WK-kandidaat, maar vooral een toffe vent!

Wit: Boris Gelfand 
Zwart: Nigel Short 

De in de meestergroep van het Hoogovens toernooi 1977 uitkomende Spanjaard Juan Bellon en de jonge Australiër Robert Jamieson deelden de Loe van Kuykprijs voor een daverende remisepartij, die zich niet zozeer leent voor analyse, als wel voor genietend naspelen.

Wit: Juan Bellon 
Zwart: Robert Jamieson 

In bovengenoemd toernooi wist Genna Sosonko de gedeelde eerste plaats te halen... 8 uit 11, samen met de Rus Efim Geller. De volgende pot beschouwde Sosonko als zijn beste van het gehele toernooi. Specialiteiten voor Sosonko waren met wit het Catalaans en met zwart de Drakenvariant van het Siciliaans. Welnu, hier een goed voorbeeld.

Wit: Laszlo Barczay 
Zwart: Genna Sosonko 

Van der Wiel

Op 8 april 2002 gaf GM John van der Wiel simultaan in 't Zwin College in Oostburg te ere van het 50-jarig bestaan van de 'SVWZV'.

In het jaarlijkse Tsjigorin herdenkingstoernooi in de Russische badplaats Sotsji in 1980 speelt de jonge John van Wiel een uitstekend toernooi. Hij scoort 9 uit 15 en wordt gedeeld 4e met Vaganian. Overigens, de badplaats Sotsji klinkt wel vreemd in de oren omdat daar in februari 2014 de Olympische winterspelen heeft plaatsgevonden. Van der Wiel mist een grootmeesterresultaat op een half puntje, maar later haalt hij de GM-titel al snel binnen. De Rus Panchenko wordt winnaar met 10½ punten. In de voorlaatste ronde is er een fraaie zege voor de Leidenaar tegen de IJslander Arnason. Op de 28e zet gaat Arnason in de fout en kan Van der Wiel toeslaan.

Arnason

Jón Loftur Árnason, een IJslandse GM schaken... en tevens een succesvol zakenman.

Wit: John van der Wiel 
Zwart: Jón Árnason 

Schaakkunst op het strand